Halloween special : In een groot donker bos
♪ A Forest – The Cure
Hier zaten we, in een chalet in de Ardennen. Onze jaarlijkse uitstap met vier koppels, het laatste weekend van de herfstvakantie.
Dit jaar viel vrijdag samen met Halloween. Niets speciaals op zich. Ware het niet, dat het ook Wouter niet was ontgaan.
Wouter gaf ons de locatie van het vakantiehuis via een QR-code op Waze door. Ter hoogte van een verlichtingspaal reden we het bos in en lieten onze wagens op de parking achter. Vandaar was het tien minuten te voet naar de chalet. Met in de wijde omtrek geen andere huizen, enkel bos.
‘Waarom zijn er witte bloemen rond die verlichtingspaal gebonden? Wie is daar verongelukt of vermist?’ Ik deelde mijn onbestemd gevoel met Alex. Die lachte en pakte me vast: ‘Oehoe, straks gaat het hier spoken!’
Dit jaar had Wouter iets speciaals in gedachten voor de activiteit op vrijdagavond. Geesten oproepen via een ouija bord. Nee, dát gingen we niet doen. Maar ook daar had Wouter rekening mee gehouden, hij had een Plan B. Iedereen mocht een scène uit een griezelfilm naspelen. Degene die dat op de meest angstaanjagende manier kon won het spel en kreeg de mooiste kamer. Dat kon er nog mee door.
Na de traditiegetrouwe lasagne gingen we in een kring zitten. De open haard knetterde. Wouter had voor iedereen een masker gekocht: Frankenstein, Ghost Face, Dracula enz. Een masker dat we onder geen beding mochten afzetten. Hij doofde de lichten, stak bloedrode kaarsen aan en zette de jazz die ik eerder had opgezet uit. De gordijnen moesten openblijven, de living gaf via het terras uit op een sparrenbos. De nieuwe maan vannacht was een meevaller, je zag daarbuiten geen hand voor je ogen.
Een aantal huiveringwekkende films passeerde de revue: The Exorcist, Insidious, The Shining, Annabelle, The Conjuring, Hereditary en It. Ook het tijdstip en de chalet in het bos tilden dit zenuwslopende spel naar een hoger niveau.
Plots hoorde ik iets omvallen in de kelder. Ik veerde vanzelf recht.
‘Bang?’ grinnikte Wouter, duidelijk in zijn nopjes. Iedereen zweeg. Ik ging terug zitten, zij het op het puntje van mijn stoel. Door die maskers kon ik niet zien wie de schrik ook te pakken had en wie niet.
Nu was het nog plezant, maar vannacht zou het anders worden, grimmiger. Straks in de donkere stilte van onze slaapkamer, komen alle demonen in mijn hoofd tot leven, zo levensecht dat ik het licht moet aansteken om naar het toilet te gaan. Daarom kijk ik al jaren geen horrorfilms meer, ook niet thuis met het geluid af en te veel lichten aan. Al blijf ik grote fan van het genre.
Ik werd met de minuut ongemakkelijker, ik had het gevoel dat we werden begluurd. Ik vroeg niet om Wouters toestemming en zette mijn masker af. Een aantal volgde, nu het spel toch bijna was afgelopen. Laurence was de laatste met The Blairwitch Project. Deze found footage docu was destijds zo geloofwaardig gefilmd met handcamera’s dat je overtuigd was dat die jongeren dat horrorbos nooit levend waren uitgeraakt. Laurence speelde de ziel uit haar lijf. Ik werd terug in die film en in dat bos van 1999 gezogen. En ik was niet alleen, iedereen leek gehypnotiseerd. We zaten hier ook echt alleen. In een groot donker bos.
Plots zag ik iemand over het terras lopen. Hij droeg een clown masker. Sloeg mijn verbeelding nú al op hol? Evelyne sprong op en gilde.
Ook Alex had het gezien en viel uit tegen Wouter: ‘Maakt dit ook deel uit van je spel? Heb je die ingehuurd? Dit is niet leuk meer!’
Wouter reageerde, duidelijk geïrriteerd: ‘Neen!’
Ik wist dat hij de waarheid sprak, ik ken Wouter al vijfendertig jaar. Ik had hem liever ‘Ja!’ horen zeggen.
De clown zette het op een lopen en verdween tussen de naaldbomen. Iedereen stond aan de grond genageld. Mijn hart was verschoven van mijn borst naar mijn keel.
‘Godverdomme, waarom moesten we die gordijnen openlaten en doe de lichten aan!’ riep ik. Als een bezetene begon ik alle gordijnen dicht te trekken, samen met Katrien.
‘Het licht doet het niet!’ riep Evelyne. In paniek probeerde ze alle schakelaars uit.
Toen hoorden we gestommel op het terras. Wie of wat het was konden we niet zien, met de gordijnen dicht. We stonden allemaal stijf van de schrik en de adrenaline. De haard knetterde. Ineens hard geklop op de voordeur. Laurence begon te hyperventileren. We liepen door en tegen elkaar. De afgevallen maskers knarsten griezelig onder onze voeten.
‘We doen niet open!’ tierde ik hysterisch, ‘We zitten hier alleen in dit verdomde bos!’
‘En pas op voor die kaarsen, straks schiet de boel nog in de fik!’ riep Alex.
Opnieuw gebonk op de voordeur, gevolgd door Police! Moest dat ons geruststellen of juist nog meer verontrusten? Ik kon al even niet meer helder nadenken.
Peter nam de leiding. Gewapend met twee keukenmessen, een deegrol en een pan gooiden de vier mannen de voordeur open. Daar stonden twee politiemannen, geflankeerd door twee Duitse herders. Ze vertelden ons dat de nabije nachtwinkel was overvallen door twee mannen met een clown masker. Die waren met een kleine buit in volle snelheid weggereden. Om wat verderop tegen een verlichtingspaal te knallen, waardoor enkele elektriciteitsdraden waren geraakt. De paal met de witte bloemen? Ze vroegen of we nog licht hadden in onze chalet? De chauffeur hadden ze kunnen vatten, die zat gekneld, maar de ander was gaan lopen. Die zaten ze achterna in dit bos. Mogelijk was hij gewapend. Of we hem gezien hadden? Hell yes, dacht ik.
We sloten de chalet hermetisch af. Stel je voor dat die horrorclown terugkomt! Het was al over drie uur toen we gingen slapen.
Ik lag in bed. Naast mij zat een vrouw met een lange paardenstaart. Toen ze zich omdraaide zag ik dat ze geen gezicht had. Haar harige handen grepen mijn keel. Ik schoot wakker. Ik had haar paardenstaart nog vast in mijn hand. De vrouw stond intussen bij de deur en draaide zich om. Haar gelaat was bedekt met witte bloemen. Die vielen één voor één af, tot enkel een gapend zwart gat overschoot. Mijn adem stokte. Zwetend werd ik nu echt wakker. Het eerste ochtendgloren was een opluchting.
Peter en Evelyne waren om ontbijtkoeken en koffie geweest. De elektriciteit deed het nog altijd niet. Ze hadden vernomen dat de tweede dief intussen was gevat, in het bos, vlak bij onze chalet. Deze overval was hét gespreksonderwerp in dit vergeten dorp.
Dampende koffie, croissants en het knetterend haardvuur haalden de goeie sfeer langzaam maar zeker terug. We praatten luid door elkaar en we lachten zelfs weer. Vannacht vervaagde langzaam tot een herinnering. Zij het een ijzingwekkende.
‘O juist!’ onderbrak Bert ons en schraapte zijn keel, ‘Ik belde daarnet met de eigenaar, over de elektriciteit. Die kan vandaag niet meer hersteld worden. Maar hij had een ander voorstel. Hier verderop is hij een kasteeltje aan het renoveren. Het is voor de helft af. We mogen daar de rest van het weekend logeren, voor dezelfde prijs.’
Algemene hilariteit. Wouter hief zijn handen op, grijnsde en vervolgde: ‘Wat denken jullie? Vanavond geesten oproepen? We hebben een unieke setting. Een half vervallen spookkasteel!’