The last Christmas – Een kerst als nooit tevoren
♪ Driving Home For Christmas – Chris Rea
Halverwege november ontvingen we dé uitnodiging, met onze namen ‘Alexia & Arthur’ in sierlijke gouden letters gekalligrafeerd op een smaragdgroene glanzende enveloppe. Het was eindelijk zover. Op kerstavond mocht ik voor het eerst aanschuiven aan de feestdis bij de familie van Alexia, mijn vriendin. Eindelijk zou ik de familie langs haar moeders kant ontmoeten. Haar ouders en zussen kende ik al geruime tijd, de rest van haar familie bleef een goed bewaard geheim, tot nu.
Jammer genoeg ging het kerstfeest bij mijn familie ook door op kerstavond. Maar een voltallige aanwezigheid was sowieso de vraag van de Mater Familias, Alexia’s grootmoeder. Een vraag waarop je blijkbaar enkel met ja mocht antwoorden.
‘Ze houdt nogal vast aan bepaalde tradities,’ knipoogde Alexia’s vader, mijn ‘schoonvader’ dus. Of moet je getrouwd zijn om van ‘schoonfamilie’ te mogen spreken? Is een half jaar samenwonen ook goed genoeg?
Ik paste voor het kerstfeest bij mijn eigen familie, voor het eerst. Geen aangebrande moppen van nonkel Gino, geen traditionele fondue noch hilarische kerstquiz van mijn jongste broer. Neen, dit jaar zou een heel andere format mij te beurt vallen. En ik was er benieuwd naar.
Het feest ging door ten huize van Alexia’s grootouders. We kwamen grandioos te laat. Alexia had moeten overwerken. De geklede broek en pull die ik al een uur aan had toen ze thuiskwam vond ze niet goed genoeg, en mijn enige tweedelig pak hing nog bij mijn ouders thuis, wat ons een omweg van een dik half uur kostte. Had ze niet eerder kunnen zeggen dat ik nog net geen smoking aan moest? En waarom was ze zo zenuwachtig, zo had ik haar nog nooit gezien. Kwam het doordat we al zo laat waren, of voelde ze zich niet veilig in de auto, nu het stevig vroor en ik een paar keer bijna slipte. Aan de romantische kerstmuziek die ik speciaal had opgezet kon het alvast niet liggen.
‘Eén tip,’ zei Alexia net voor we aankwamen, ‘gewoon doen wat je gevraagd wordt en blijven glimlachen.’ Zo’n vreemde raad had ze mij nog nooit gegeven.
De lange oprit was meer verlicht dan alle wegen samen die hiernaartoe leiden, het huis was een riante, omwalde vierkantshoeve en Alexia’s familie was in veel grotere getale aanwezig en wél keurig op tijd. Van een zichtbare entree gesproken, gelukkig in het juiste afgestofte kostuum met mijn koningsblauwe das. Ik was er helemaal klaar voor.
‘Daar heb je Arthur,’ zei de Mater, ‘misschien kan je jezelf eerst luidop voorstellen aan de hele familie.’
Sylvia, mijn ‘schoonmoeder’, kocht me wat tijd: ’Laat die jongen eerst even landen, mama, hij heeft nog de hele avond om zich voor te stellen.’
‘Ik heb al veel over je gehoord, Arthur,’ vervolgde de Mater, ‘Alexia vertelde me dat je iets met cijfers doet. Dan ben je zeker accountant of fiscalist. Dat komt wel goed van pas. Onze familie bestaat al jaar en dag uit succesvolle ondernemers. Je bent toch ook zelfstandig?’
‘Euh, ik ben…’
Alexia viel me in de rede: ‘We gaan eerst de anderen gedag zeggen, Bobonne. En sorry dat we te laat zijn, mijn vergadering met mijn belangrijkste klant liep uit.’
Ze trok me mee.
‘Wat was me dat, Alexia?’ zei ik verbouwereerd. ‘Ik mag toch antwoorden?’
‘Sshhtt,’ fluisterde ze, ‘ik leg het je straks wel uit.
De apero was al volop aan de gang in de rode kamer. Alexia stelde me voor aan haar grootvader, haar beide nonkels Thierry en Benoît, haar tante Vivienne, hun partners, hun kinderen en kleinkinderen. Na de derde was ik de naam van de eerste alweer kwijt. Pfff konden ze geen naamkaartjes dragen? Met cijfers ben ik goed, met namen niet.
We gingen zitten in de rode fluwelen zetel neergepoot op een bordeaux Oosters tapijt vlak bij een echte dennenboom gedecoreerd met gouden ballen en engelenhaar. Voor de open haard lagen drie schoothondjes hijgend op een Burberry dekentje. Een metershoge kleurrijke Jackson Pollock spatte van de muur.
Alexia gedroeg zich als een consultant bij haar beste klant. Hoffelijk, onderhoudend, ze sprak met dure woorden en een grote glimlach, zij het een gemaakte. Wie was ze ineens?
We kregen champagne, Pomme Moscovite, gebakken foie gras, oesters en king crab, opgediend door discrete obers, alsof die ineens uit het behang waren gekropen, ik had ze niet zien binnenkomen. Ook het uitpakken van de cadeaus ging volgens een duidelijk georkestreerd plan van de Mater Familias. Ik wist meteen dat ik het foute geschenk mee had voor tante Vivienne, het onfortuinlijkste lotje dat ik kon trekken.
De Pater Familias viel nog mee. Echt nuchter was hij al niet toen we binnenkwamen en met elk glas champagne begon hij meer te gniffelen. Nog voor we aan tafel gingen had hij zijn Church lakschoenen al verruild voor geruite schaapwollen pantoffels.
Het kerstdiner vond plaats in de blauwe kamer. We mochten plaatsnemen aan een ellenlange tafel met een spierwit gesteven tafellaken, porseleinen borden met een gouden randje, gekleurde kristallen glazen en een arsenaal aan zilveren bestek. Ik voelde me niet enkel in het oog gehouden door de Mater, maar ook door Jezus, hangend aan een gigantisch kruisbeeld, zijn bloed assorti met de druppende rode kaarsen op tafel.
De Mater speechte waar het op stond in deze familie en zegende de maaltijd, de Pater hief zijn zoveelste glas. Een grote dampende kalkoen, geflankeerd door talrijke vergeten groenten, werd op een wagentje binnengerold, ter plaatse vakkundig versneden en verdeeld op voorverwarmde borden. Er werd niet veel gepraat aan tafel. Had iedereen zoveel honger? De achtergrondmuziek, was het Chopin of Bach, trad des te meer op de voorgrond. Er werd wel veel gedronken. Veel gegeten en te veel gedronken. Ik ervaarde ook een zekere vaart in het diner, of lag het aan mij?
Ik gekscheerde met Alexia: ‘Hey, moeten we misschien nog ergens naartoe vanavond?’
‘Ja,’ antwoordde ze, ‘naar de middernachtmis. Die gaat door in de kapel achter in de tuin. En daar wil Bobonne niet te laat komen.’
Ik zag nog meer kruisbeelden, glasramen en brandende kaarsen voor me, en ik kon de wierook bijna ruiken.
Ik reageerde te snel, maar vooral te luid: ‘Moet ik ook mee? Ik ben atheïst, dat weet je toch?’
‘Wie is hier atheïst?’ vroeg Thierry.
Het werd nog stiller. Iedereen keek naar iedereen. Ik ook. Alleen de Pater leek intussen ingedommeld, zijn mond lichtjes open.
‘Pastoor Grégoire kan de middernachtsmis dit jaar niet voordragen,’ zei de Mater, ‘het wordt Pastoor Dieudonné van Rent A Priest. Je moet toch meegaan met je tijd, nietwaar?’
Ik proestte het bijna uit. Meegaan met je tijd? Die tijd staat hier precies al eeuwen stil.
De borden werden afgeruimd, Chopin of Bach voor kerstmuziek ingeruild. Geen Wham of Mariah Carey zoals bij mijn familie thuis, neen, een koor dat ingetogen Latijnse kerstliederen zong.
De obers rolden het dessert binnen, een soort meringue-ijstaart die ter plaatse werd overgoten met rum en in de fik gestoken, best spectaculair, die omelette Sibérienne. Ik kon mijn enthousiast applaus net op tijd inhouden.
De butler fluisterde discreet iets in het oor van de Mater, waarop ze haar zelf getekende te zwarte wenkbrauwen fronste en luid klaagde: ‘Pastoor Dieudonné verhinderd vanavond? En nu? Wat een ramp!’
‘Niets blijft eeuwig duren,’ zei Sylvia, ‘des te meer tijd voor leuke dingen. Laten we dansen!’ Ze gooide haar armen in de lucht. ‘Of kaarten, of gezellig bijpraten, het lijkt een eeuwigheid geleden dat we met zijn allen samen waren.’
‘Ja praten, dat wil ik wel,’ ging nonkel Thierry verder, ‘ík heb Pastoor Dieudonné eerder deze week afgebeld en gevraagd dit nu pas te melden. Ik wil jullie iets belangrijks vertellen.’
Hij schoof een paar keer heen en weer op zijn ongemakkelijke stoel: ‘Eugénie en ik gaan scheiden.’ Hij schraapte zijn keel: ‘We hebben dit al een tijdje geleden beslist, maar vanavond leek ons het geschikte moment om jullie allemaal op de hoogte te brengen. Ik zie haar nog graag, maar ik val op mannen, al sinds mijn zeventiende.’
Hij zuchtte opgelucht, alsof een immense last van zijn schouders viel: ‘Voilà, het is er eindelijk uit’.
De ogen van de Mater schoten vuur, de Pater was ineens klaarwakker.
Thierry haalde nogmaals diep adem en vervolgde: ‘Het heeft me vierenveertig jaar gekost dit hier te durven vertellen. Ik heb een vriend. Al een tijdje.’
De Mater veerde recht en zwaaide wild om zich heen: ‘Zo heb ik jullie niet opgevoed,’ scandeerde ze, ‘wat een mens niet allemaal moet meemaken, en dan nog op mijn leeftijd. Een pure schande, ik heb dit niet gehoord!’
‘Ach mama,’ vervolgde Sylvia, ‘waarom wil je deze façade per se in stand houden? Ik weet het al heel lang van Thierry.’ Ze keek liefdevol naar haar oudste broer en vervolgde: ‘Wij hebben altijd gedaan wat jullie van ons verlangden, mama en papa, en nog. Maar wordt het niet hoog tijd dat we ons eigen leven leiden, nu het nog kan?’
Sylvia liet een korte stilte vallen, streek met haar hand door haar asblonde krullen en zei: ‘En ik wil daar nog iets aan toevoegen. Thierry en ik hebben besloten het familiebedrijf te verkopen. We willen onze kinderen wél een keuze laten, en zij zijn niet geïnteresseerd. Het stopt hier, met ons.’
Ze kwam volledig op dreef en ging gedecideerd verder: ‘Nu wil ik eindelijk ook mijn droom najagen en me toeleggen op wat ik al mijn hele leven wilde doen: koken. Ik open binnenkort mijn eigen vegetarisch restaurant!’
De ene helft van de tafel applaudisseerde, de andere helft wist precies nog niet hoe te reageren, het ging allemaal zo snel. De Mater wankelde en plofte in haar armstoel.
‘Nog andere bekentenissen?’ vroeg de Pater. Hij leek ineens bloednuchter. ‘Ik heb er anders nog ene.’
De Mater gaf hem een duw en probeerde hem het zwijgen op te leggen.
‘Kom Jeanne,’ weerde hij zich tegen zijn vrouw, ‘Sylvia en Thierry hebben gelijk, het heeft lang genoeg geduurd, die schone schijn. En voor wie of wat? Voor onze ouders en grootouders? Is het niet hoog tijd dat we onszelf eren?’
De Mater nam een grote slok van haar goed bewaarde Bourgogne en gaf zich gewonnen: ‘Zeg het dan maar, Julien.’
Ineengedoken en met gebogen hoofd leek ze ineens heel fragiel en klein.
De Pater vervolgde: ‘Jullie moeder… Bobonne en ik hebben al lang… euh, hoe noem je dat tegenwoordig, als je elk apart woont? Een latrelatie?’
Een mysterieus speels lachje lichtte het gezicht van de Pater helemaal op. Ik zag bijna de jonge man, die hij ook ooit geweest was, in hem verschijnen.
‘Gelukkig leent dit huis er zich toe, we hebben elk onze eigen vleugel. En ik ga veel naar ons huis aan zee.’
Opnieuw keken we allemaal naar elkaar, sprakeloos en stil. De obers leken terug in het behang verdwenen. Het kerstkoor was naar huis gestuurd en vervangen door Chris Rea die zijn nostalgische ‘Driving Home For Christmas’ zong. Iemand had duidelijk aan de Spotify gezeten. Op het juiste moment.
De Pater besloot: ‘Thierry en Sylvia, bedankt voor jullie openheid en durf. Zonder jullie bekentenis was er weer een jaar verloren. Ik ben zo blij dat we hier allemaal samen zijn, en dat meen ik echt. Bobonne en ik zijn fier op jullie. Op jullie allemaal!’
Hij keek de hele tafel tevreden rond en trok zijn vrouw tegen zich aan, al bood ze nog enige weerstand.
‘Tijd voor een pousse-café!’ zei mijn schoonvader. ‘Ik kan nu wel een whisky gebruiken. Nog iemand?’ Er werd op de stoelen geschuifeld en voorzichtig gelachen en gepraat, misschien wel voor de eerste keer spontaan vanavond. Het was precies alsof de dooi vroegtijdig en onverwachts was ingezet. De maskers vielen af na al deze openbaringen en kerstontboezemingen. Een aangename warmte en diepe verbondenheid vulde de blauwe kamer. Zelfs Jezus leek ineens te knipogen. Zag hij dat het goed was? Bestond God dan toch?
‘Euh,’ zei ik en ik stond spontaan recht, ‘ik ben nu wel klaar om mezelf voor te stellen. Ik ben Arthur, atheïst, leraar wiskunde en ik hou zielsveel van Alexia!’
Alexia stond nu ook op, pakte mijn hand en vervolgde: ‘En samen verwachten we ons eerste kind.’