Astrid in Madrid
♪ Me Gustas Tu – Manu Chao
Mijn pompoensoep staat op het vuur te pruttelen, de eerste van het seizoen. Afgevallen bladeren bedekken langzaam ons gazon, de amberboom is halverwege zijn vijftig tinten herfstkleur.
September en de herfst lijken de lange, warme zomer intussen te hebben ingehaald, onomkeerbaar. Een bepaalde structuur heeft zich terug geïnstalleerd, nu alle schoolpoorten weer wagenwijd openstaan. Heimwee naar de voorbije vakantie, waar alles mocht, en nu terug naar een bepaalde sleur, waar zoveel moet.
Al is de herfst het seizoen bij uitstek om naar binnen te keren en los te laten.
Manu Chao overlaadt mij met zijn Me Gustas Tu en voert me in gedachten terug naar Madrid.Begin september vertrokken we in een volgestouwde auto met ons drie: mijn man, onze dochter en ikzelf. Een roadtrip langs Franse en Spaanse wegen, met als eindbestemming Madrid, waar Astrid een jaar Design gaat studeren.
Astrid in Madrid. Het klinkt precies als het begin van een veelbelovende romcom, wie weet een volwaardige zo niet betere tegenhanger voor Emily in Paris. En geef toe, het rijmt perfect, en bekt bovendien goed in het Spaans.
Onderweg aten we heerlijke oesters in het rustige Arcachon, proefden we kleurrijke pintxos in het ruige San Sebastián en verorberden we traag gegaard speenvarken in het elegante Burgos. In de schaduw van de Catedral de Santa María de Burgos, één van de mooiste gotische kathedralen, zagen we veel pelgrims passeren op hun Camino naar Santiago de Compostella. Een herinnering aan iets dat ook nog op onze bucketlist staat.
Exact op haar verjaardag reden we met Astrid Madrid binnen. Drieëntwintig jaar geleden hield ik haar voor het eerst stevig vast in mijn armen en sloot ik haar voor eeuwig in mijn hart. Nu moesten diezelfde armen haar terug loslaten, het komende jaar heel letterlijk.
Dat nakende afscheid en bijhorende gevoel dat ik haar zal missen kwamen af en toe als een donkere wolk boven me hangen gedurende onze reis.
Mijn directe taak als mama, steun en toeverlaat, rots in de branding, maar ook als kokkin, wasser en strijker, luisteraar, knuffelaar, trooster, raadgever en nog zoveel andere rollen zit er even op, of verschuift althans van dichtbij naar remote.
Beetje bij beetje is ze ons nest aan het verlaten. Dat is dan wel de gang van het leven, toch valt het me zwaarder dan gewoonlijk.
Even kreeg ik een voorsmaakje van het legenestsyndroom, ware het niet dat onze zoon wél nog in het weekend van zijn kot naar huis komt, al dan niet vergezeld van zijn vriendin. Toch nog wat jong leven in onze brouwerij.
Dichtbij of verderaf, mama blijf ik mijn hele leven. Uitgemoederd raak ik nooit, alleen neemt dat moederschap telkens weer andere vormen aan en schuif ik bewust meer en meer op naar de zijlijn: van een zorgzame moederkloek en een strenge maar rechtvaardige grenswachter naar een liefdevolle en fiere supporter. Altijd klaar om te helpen áls ze het sein geven, en niet eerder.
Opvoeden is loslaten, dankbaar dat ze vol vertrouwen hun vleugels kunnen en willen uitslaan. ‘Je kinderen zijn je kinderen niet,’ schreef Kahlil Gibran in ‘De Profeet’. Ik doorvoelde meer en meer wat hij hiermee waarschijnlijk echt bedoelde.
Maar eerst genoten we samen nog even van ons gezinsgeluk, in de lome hitte van het altijd levendige Madrid.
Het Prado bezoeken, verdwalen in het Retiro park, te veel notitieboekjes kopen in Malasaña, koffie slurpen in de Barrio de las Letras in de voetsporen van Cervantes, en tapas eten aan de Gran Vía. Eten en drinken kan je hier werkelijk op elk uur van de dag.
Een duik in het bruisende Madrileense nachtleven lieten we aan onze dochter over. Al heb ik Café Central, een leuke jazzbar op de Plaza del Ángel, ontdekt op een van onze avondlijke wandelingen, maar toen helaas volzet, wel genoteerd voor een volgende keer. De laatste avond met Astrid in Madrid sloten we in stijl af met meerdere Vermouths op een van de hoogste rooftopbars.
Om ’s anderendaags dan echt afscheid te nemen van onze dochter. Een intense knuffel, vele laatste zoenen, en nog meer tranen, als ik haar echt moest loslaten. Ook later bij het verkeerd buitenrijden van Madrid gingen mijn hemelsluizen soms wijd open.
Het sprookjesachtige Alcázar in Segovia leidde mijn aandacht even af en het zinderende Guggenheim Museum in Bilbao des te meer.
De leegte die Astrid had achtergelaten raakte onderweg en gaandeweg terug opgevuld door de veilige geborgenheid tussen ons, twee mensen die elkaar al dertig jaar kennen en elkaar begrijpen zonder woorden.
In Biarritz namen we een duik in zee aan de Côte des Basques. Zwemmen kon je het niet echt noemen, het was veeleer een soort van proberen standhouden te midden van de woeste golven.
Met des te meer ontzag aanschouwden we ‘s avonds de surfers die dezelfde enorme golven trotseerden, met vallen, kopje onder gaan, peddelen, rechtstaan en weer doorgaan. Het voelde alsof we onze kinderen vanaf de zijlijn gadesloegen en aanmoedigden. Het voelde ook als een metafoor voor ons eigen leven, besluiten we ’s avonds in bed, in de zoveelste hotelkamer op onze roadtrip huiswaarts.
‘Thuis’ is niet enkel een fysieke plek, maar bovenal een diep gevoel van échte verbondenheid in alle kwetsbaarheid.
We draaiden ons naar elkaar toe. Een glimlach, een kus, zachte armen, de nacht als een warm deken over ons.