Operatie Cupcake
♪ Sugar, Sugar – The Archies
Goede Voornemens, iedereen heeft ze aan het begin van een nieuw jaar. Ik niet. Sinds een paar jaar maak ik mijn goeie voornemens op reis, meer bepaald op de laatste dag, net voor ik terug naar huis vertrek.
Vroeger kon ik álles in grote hoeveelheid eten, ik kwam geen gram bij. Dit is helaas verleden tijd, al een paar jaar zelfs. Ze hebben gelijk, die vrouwen die mij voorgingen, na je vijftig blijft het ook bij mij plakken. F*ck die menopauze!
Gisteren kwamen we aan in dit mooie Kroatische hotel, gelegen op een landtong, ingebed in een volgroeide mediterrane tuin. Vanop de natuurlijke rotspartijen duik ik iedere morgen in het helblauwe water van de Adriatische zee. Mocht ik blijven zwemmen kom ik in Italië aan, in Pescara zo ongeveer.
Eerste morgen, eerste ontbijt, en daar heb ik een vast ritueel voor. Onderweg naar het buffet kijk ik ongegeneerd in andermans borden, kwestie van inspiratie op te doen. Daarna loop ik langs alle standjes van het buffet, om het volledige aanbod te aanschouwen vooraleer ik een keuze maak. Om dan toch telkens hetzelfde te kiezen.
Net voor ik het buffet bereik valt mijn oog op een tafel waarop parmantig een groot bord met zeven cupcakes prijkt. De trotse eigenaar blijkt een jongetje van een jaar of tien te zijn. Die heeft lef! Zeven cupcakes!ZEVEN! Ik doe opgewonden mijn hele verhaal aan mijn man en kinderen en op mijn insteek keuren we unaniem operatie ‘Cupcake’ voor geopend. Met in de hoofdrol de tienjarige jongen, die we tot Cupcake dopen. Je bent toch wat je eet?
Elke morgen gaan we steevast op zoek naar Cupcake. Nieuwsgierig als ik ben, wil ik weten hoeveel cakejes exact hij elke dag verorbert. Zeven zoals de eerste morgen? Na zijn drie boterhammen met een halve centimeter Nutella op, gevolgd door een gevulde croissant?
Vandaag is Cupcake zich door de bovenste etage van twee lagen watermeloenen aan het worstelen. Misschien is dat wel de afspraak met zijn moeder: eerst zeven stukken watermeloen, en als beloning drie witte boterhammen met choco, zeven cupcakes en één croissant met amandelvulling.
Dit geheel wordt in stijl doorgespoeld met een warme choco, met daarin twee zakjes witte suiker, na een groot glas fruitsap.
Lang leve de suikerlobby, lang leve het kleine buikje waarvan Cupcake ook al trotse eigenaar is. Een buikje zowat exact als het mijne, op mijn drieënvijftig en twee kinderen verder.
Mijn ogen dwalen af naar het bord van zijn zus. Zij koos voor een bord vol kaas, alleen kaas, in zowat alle soorten die er op het buffet te vinden zijn. Tussen hen drie staat een groot bord met nog meer watermeloen, rijpe vijgen en abrikozen. Ik wandel door. Het mag niet te veel opvallen dat ik iedere morgen hun tafel met veel belangstelling inspecteer. Zoals Sherlock Holmes die de ontbrekende schakel in een moordonderzoek daar hoopt te vinden.
Wat maakt dat Cupcake mij zo intrigeert? Ben ik jaloers? Jaloers dat hij zo onbezonnen van zijn eten durft te genieten en ik zijn manier van ontbijten dan maar liever afkeur omdat ik me dan beter voel, omdat ik gezonder met mijn lichaam omga? Of is dat maar een gedachte?
Misschien ben ik wel jaloers op het feit dat hij het gewoon doet, en ik er nog niet eens aan durf denken, zeven cupcakes in één keer naar binnen werken.
Ik inspecteer mijn eigen ontbijt: vers gesneden watermeloen, ananas, roze pompelmoes, banaan, veenbessen, granola, walnoten en chiazaad, overgoten met ongezoete yoghurt. Hier en daar een verdwaalde rozijn. Geen fruitsap, wegens de sugar high in combinatie met te weinig vezels, maar eerst een kop gemberthee. Ik eindig met twee kopjes zwarte koffie, keurig dertig minuten na het begin van mijn ontbijt, om zo mijn cholesterol in goeie banen te leiden. De kers op de taart bestaat uit één stukje brownie.
Bij mij aan tafel twee min of meer gelijkaardige borden. Alleen dat van de zoon wijkt af: watermeloen, veel roerei en nog meer spek. Maar die gaat straks wel gymmen.
Plots komt Cupcake mijn richting uit, regelrecht op mij af. Even lijkt hij halt te houden aan onze tafel. Ik kijk recht in zijn groene ogen waarin ik pretlichtjes ontwaar. Een ondeugende glimlach krult langs zijn mondhoeken omhoog. Ik voel me betrapt en hou mijn adem in. Hij wandelt traag verder en in mijn linkerooghoek zie ik nog net de drie cupcakes in zijn hand en eentje dat half uit zijn broekzak steekt. De restanten van op zijn bord, of is dit een nieuwe lading? Sherlock is de tel volledig kwijt.
Misschien moet ik mezelf morgen ook maar op een cupcake trakteren. Of twee. Of zeven, gewoon omdat ik het ook kan. Omdat ze er nu eenmaal liggen, uitnodigend naar me kijken en me elke ochtend naroepen: ‘Je durft niet!’ Morgen durf ik het gegarandeerd wel, nèh! Zeven cupcakes en één croissant, of doe er mij maar meteen twee, met een dikke laag echte boter op!
Daarna ga ik negen rondjes rond het hotel lopen. Als ik mijn sportschoenen had meegenomen. Dan maar twaalf baantjes in zee trekken? Pfff, ik word al moe van de gedachte alleen. Trouwens met die frozen shoulder lukt dat toch niet zo goed.
Ach, we zijn nog maar dag vijf. Nóg drie dagen om mijn goede voornemens te formuleren, een zee van tijd! Maar binnen exact één minuut sluit het ontbijtbuffet.
Misschien is het gewoon hoog tijd dat ik mijn veranderende lichaam accepteer en omarm. Dat mijn dikker buikje en rondere vormen bij deze fase van mijn leven horen, dat het me niet minder vrouwelijk maakt, wel integendeel. Misschien is dit wel de boodschap die Cupcake mij influistert? Vanbinnen ben ik nog altijd datzelfde vurige, speelse meisje, maar nu nog zoveel rijper, wijzer en vooral rustiger.
Een ondeugende glimlach krult langs mijn mondhoeken omhoog. Langs welke kant ga ik die cupcakes nú meteen aanvallen?! Als er nog over zijn tenminste.