Mijn jadegroene bikinibroekje

Sailing – Christoper Cross

Een lichtstraal wurmt zich via het ronde venster onze kleine kajuit binnen. Het is 5u30. Ik glijd uit mijn bed en via de zacht deinende trap bereik ik het bovendek.

Eergisteren klommen we met ons acht – blootsvoets – aan boord van de Aqua Vitae, een zilvergrijze catamaran. Een boottocht met vrienden door diepblauwe Griekse wateren langs de Cycladen leek ons een briljant vakantie-idee en kon bovendien onze jongvolwassen kinderen bekoren.

We waren aan boord geklauterd via een smalle loopbrug. Gepakt met te veel bagage in verhouding tot de kleine kajuiten. En gezakt met het equivalent van zeven kleine winkelkarren eten, drank, ijsblokken en toiletpapier, nauwgezet berekend en bij elkaar geshopt in de lokale supermarkt. Want ja, hoeveel exact koop je om zeven dagen met negen man op zee te overbruggen?

Gisteravond waren we voor anker gegaan in een kleine baai van een onbewoond, bergachtig eiland. Een idyllische plek om te stranden, te zwemmen en te slapen. Vrij maar toch geborgen.
Gegrilde sardines, Griekse salade en te veel Retsina op de tonen van Michael Kiwanuka voerden de avond langzaam maar zeker naar een hoogtepunt. De sfeer werd uitbundiger, onze stemmen met de minuut lacheriger, hoger en luider. Dronken als we waren, waanden we ons – theatraal met onze armen hoog in de lucht – sterk, almachtig, en vooral terug jong. Nog even en we konden de hele wereld aan. Te beginnen met een nachtelijk partijtje zwemmen, ferm tegen de regels van onze kapitein Markos in.
Het zwemmen onder de volle maan spoelde de roes al snel uit ons lichaam. Nog geen tien minuten later klommen we terug aan boord, al heel wat minder uitgelaten. Stil maar vervuld verdwenen we in onze kajuiten.

Ondanks de korte nacht voel ik me al bij al redelijk. Zwemmen zal me goed doen!
Snel trek ik mijn jadegroene bikinibroekje aan en zwier mijn nachthemd over de reling. Mijn bovenstuk laat ik hangen, er is toch nog geen kat wakker. Zelfs Markos is nog nergens te bespeuren.

Vanaf het benedendek duik ik in het glinsterende, turquoise water. Rillend trek ik mijn broekje opzij en plas in de zee, dit voelt toch al warmer. Ik lach om deze herinnering uit mijn kindertijd. Ik ga op mijn rug drijven, armen en benen wijd open, mijn oren onder water. Het water klotst nu met gedempte toon tegen de boot aan. Ik kijk naar de pastelblauwe lucht met gradaties van zachtgeel tot transparant lila.
Gedecideerd besluit ik dit magische moment van ultiem geluk en pure vrijheid op mijn netvlies te branden. Mooier en beter zal het niet worden. Ver weg van zinloze oorlogen, defensiebudgetten, bosbranden en mijn eigen beslommeringen.

Gaandeweg dringt het tot me door dat ik mijn naam hoor roepen. In gedachten verzonken, was ik behoorlijk ver afgedreven, letterlijk en figuurlijk.
Net voor ik me uit het water wil hijsen, zie ik mijn jadegroene bovenstukje aan de reling bengelen. Shit, hoe geraak ik ongezien aan boord? Hele scenario’s ontvouwen zich, het een al onwaarschijnlijker dan het ander.

Even realistisch denken: wat is het ergste dat mij nu kan overkomen? Dat ik word aangevallen door een haai of word overvaren door een andere boot? Dat ik een hartaanval krijg? Of dat ik gewoon aan boord ga, zo normaal mogelijk, met enkel een bikinibroekje aan? Voor acht man publiek, gezellig geschaard rond de ontbijttafel. Trouwens, amper zes uur geleden waanden we ons nog jong, wild en vrijgevochten. Komaan, waar wacht je nog op? Zat gezegd is toch nuchter gedacht? Practice what you preach!
Van een jadegroen bikinibroekje is nog nooit iemand onpasselijk geworden. Van een paar blote borsten, vrijwillig en in volle ornaat getoond, ook niet.
Young and wild and free. At last!

Previous
Previous

Operatie Cupcake

Next
Next

Over mijn vader