Over mijn vader
♪ Dust in the wind – Kansas
Deel 1: Haiku voor mijn papa
Je vraagt wie ik ben.
We voelen ons verleden
als ik je vasthoud.
Deel 2: De poes
Ik wandel mijn vaders kamer in, maar hij is er niet. Ook op de grond naast zijn bed ligt een matras.
De week voor Kerst 2022 nam mijn papa zijn intrek in kamer 303 van rustoord Avondgloed.
Voorgoed – als in: om nooit meer naar huis terug te keren. Zijn allerlaatste halte voor de eeuwige rust hem definitief zal meevoeren.
Als ik voorbij z’n badkamer loop, valt mijn oog op een stapel pampers. Papa is toch niet incontinent?
Ik stap door de lange, stille, haast uitgestorven gang en tref mijn vader in de refter aan. Hij zit aan het raam, in zijn oranje relax, vastgegespt. Papa voert een geanimeerd gesprek met Felicienne. In gebroken zinnen.
Tussen hen, midden op tafel, zit een witte poes.
Ik geef mijn vader een kus op zijn wang: ‘Dag papa, hoe gaat het vandaag?’
Hij kijkt me eerst vreemd aan, vraagt me wat ik hier kom doen en antwoordt tenslotte: ‘Ik heb nu geen tijd voor je, ik moet nog werken.’
Vanavond staan er pannenkoeken op het menu. Enkele verzorgers en vrijwilligers smeren pannenkoeken met een vooraf gemaakte pasta van boter en bruine suiker. Het idee dit zo te doen, was nog nooit eerder bij me opgekomen.
De sfeer is uitgelaten. De pannenkoeken worden luid gesmaakt, beter dan de witte boterhammen met smeerkaas, krabsla of paté, vooraf gesmeerd en wachtend onder doorzichtige folie.
De poes zit nog altijd midden op de tafel, maar niemand heeft nog oog voor haar.
Felicienne steekt haar hand naar me uit en roept enthousiast: ‘Jij en ik!’
Ondertussen snij ik een pannenkoek voor mijn vader, hapklaar. Het water komt me in de mond. Juliette kijkt dwars door me heen.
Ik zwaai terug naar Felicienne, het wuiven gaat over in kushandjes gooien. Nu zwaait ook Juliette. We communiceren met elkaar op een andere en toch universele manier: zonder woorden, met zachte gebaren.
Alle pannenkoeken zijn ondertussen op. De poes is opnieuw de tafel aan het rondgaan, van bewoner tot bewoner. Braaf, gedwee, onvermoeibaar.
Op Ment TV brult Willy Sommers Als Een Leeuw In Een Kooi.
Papa neemt mijn hand vast. Ik geef hem een zoen en fluister dat ik hem graag zie. Hij lacht en antwoordt dat hij me ook graag ziet: ‘Altijd al,’ fluistert hij terug en knijpt in mijn vingers. Ik word er emotioneel van.
Stil veeg ik mijn tranen weg, ik wil niet dat mijn vader ze ziet. Juliette zag ze wel, want nu rolt ook een traan over haar wang.
Ik geef mijn papa een laatste kus, een warme knuffel, mijn hoofd op zijn schouder: ‘Dag papaatje, volgende week kom ik je weer bezoeken.’
Hij glimlacht naar me, steekt zijn beide handen uit en neemt voorzichtig de pluchen poes bij zich.
Noot: Uit respect voor de privacy van de bewoners en het WZC werden alle namen gewijzigd. “Felicienne” en “Juliette” zijn intussen overleden. Mijn vader woont er nog.
Gedicht: ‘Ter geruststelling’ van Hein Stufkens
Ik hoop niet dat u zich zorgen maakt
nu wij de weg zijn kwijtgeraakt,
want onze navigatie werkt uitstekend.
Constant hoor ik:
de route wordt opnieuw berekend.
(augustus 2020)
Hein Stufkens, ‘Ter geruststelling’, uit: Gebroken brein, Dagboek van een demente dichter (Berne Media, 2021)
Filmtip: ‘The Father’, met prachtige, ontroerende vertolkingen van Olivia Colman & Anthony Hopkins. Bekijk hier de trailer.
Meer info over Alzheimer en dementie vind je hier.
7 juni 2025