Ode aan de romantische liefde
♪ What I Really Want To do – Janne Schra / With Or Without You – U2
Ode aan de liefde, ode aan mijn liefste
Mijn 3 x 100-woorden-verhaal gaat over de verschillende fases in een liefdesrelatie:
§1 De prille en ongebreidelde verliefdheid
§2 Het besef dat mijn geliefde ook maar een mens is
§3 De keuze of we samen verder gaan of niet
Ik wil alleen nog maar bij jou zijn, sinds ik je leerde kennen, op die fuif. Je vroeg me ten dans op Prince. Een dans die zes uur duurde.
Onderweg naar jou kijk ik in de achteruitkijkspiegel naar mezelf door jouw ogen. Ik zie je naar me hunkeren, voel je lippen branden en je warme lichaam smachten. De spiegel ziet me blozen. Ik voel me sensueel, begeerd en verafgood, gewoon door mezelf te zijn. Ik kan niet wachten om straks in je sterke armen te springen, op onze roze wolk te klimmen, en eindeloos te verdwalen in ons heerlijk liefdeslabyrint.
Je belt me dat je moet overwerken, alweer. Dat je de film van halfacht niet haalt, of ik met een vriendin kan gaan?
Je katapulteert me van de zevende hemel ons tweekamerappartement in. Ik eet de intussen overgare pasta vongole maar alleen op.
Mijn ene vriendin heeft al zinnenprikkelende plannen, de andere is ook aan het overwerken. De score ‘werk versus liefde’ eindigt vanavond op 2-1. Oersaai!
Je belt terug dat we wel iets kunnen gaan eten. ‘Pech,’ antwoord ik, ‘mijn honger is al over.’ Je zegt dat je het goed maakt, straks. En dat lukt je, ook deze keer.
Ondertussen zijn we dertig jaar verder, twee kinderen rijker. We scoorden samen hoge toppen en liepen door diepe dalen. We stelden elkaar en onze liefde op de proef. Geduldig verbouwden we onze burcht van gelukzalige verliefdheid tot een veilige oase van Liefde. We weten nu wat we aan elkaar hebben, en wat niet. We blijven samen plannen maken, voeden onze raakvlakken, en gunnen elkaar broodnodige tijd alleen om elkaar te blijven uitdagen. ‘De eik en de cypres groeien niet in elkaars schaduw’ (*) beloofden we tijdens onze huwelijksgeloften in 1999. Intussen weet ik het zeker. Met jou wil ik oud worden.
(*) Uit: De Profeet van Kahlil Gibran
Tezamen werd je geboren, en tezamen zul je voor immer zijn.
Jij zult tezamen zijn, als de witte vleugelen van de dood je dagen verstrooien.
Ja, je zult zelfs tezamen zijn in Gods stille herinnering.
Maar laten er tussenruimten zijn in je tezamenzijn.
Laat de winden des hemels tussen je dansen.
Hebt elkander lief, maar maakt van de liefde geen band:
laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.
Vult elkanders bekers, maar drinkt niet uit dezelfde beker.
Geeft elkander van je brood, maar eet niet van hetzelfde stuk.
Zingt en danst tezamen en weest blijde, maar bent ieder alleen,
zoals de snaren van een luit op zichzelf zijn, al doortrilt hen dezelfde muziek.
Geef je harten, maar geef ze niet aan elkander in bewaring.
Want alleen de hand des levens kan je harten bevatten.
En staat tezamen, maar niet te dicht bijeen:
want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf,
en de eik en de cypres groeien niet in elkanders schaduw.
Ode aan de geheime, verboden liefde
Een Romeo & Julia verhaal in een modern kleedje.
Iedere morgen kruisen we elkaar in de lobby. Hij komt uit het fietskot, ik uit de parkeergarage. Wachtend op de lift ontwijken we zo onopvallend mogelijk elkaars nieuwsgierige blik, want we worden in het oog gehouden.
Contact is ten strengste verboden, we werken bij concurrerende bedrijven. Hij stapt uit op het negende, ik op het twintigste, elke dag opnieuw. Hij werkt bij Destrooper, ik bij Lotus, allebei bij R&D. Onze job is top secret, zo ook onze relatie.
Iedere middag om twaalf uur stipt ontmoeten we elkaar ergens halverwege, op de vijftiende verdieping, de toegangspoort tot onze geheime wereld.
Gedurende die komende volle vijftig minuten verdwijnen we volledig met en in elkaar. Dan weet ik niet meer waar hij eindigt en waar ik begin.
Eerst verdrink ik in zijn mooie groene ogen, als in om nooit meer boven te komen uit zijn zeegroene oceaan van liefde.
Daarna verdwaal ik in zijn haar, voor eeuwig verloren in dit wilde doolhof, om nooit meer de weg naar buiten terug te vinden.
Zijn mooie grote handen doen me telkens weer sidderen en beven, eerst smeul ik zachtjes om daarna volledig in vuur en vlam te ontsteken en hevig te ontbranden.
Als hij zijn mond opent, en zijn warme stem zich diep in mijn gehoorgang nestelt, kan ik niet anders dan smelten en mij laven aan zijn goedgekozen woorden, terwijl hij zijn nieuwste geheime recepten over zijn smeuïge en verslavende koekjes zachtjes in mijn oor fluistert. Zijn prikkelende zinnen dwarrelen als een sluier van hemelse gedichten over me neer. Ondertussen strijkt hij met een Destrooper koekje langs mijn arm, omhoog langs mijn hals en wang. Het water komt me in de mond, en loopt in een klein straaltje langs mijn mondhoek naar beneden in mijn decolleté, waar hij het gretig oplikt. Ik grits het koekje snel uit zijn hand en schrok het op. Ik hallucineer bijna door zijn bedwelmende geur en geef me volledig over aan wat komen gaat, telkens weer. Als hij verder en diep genoeg afdaalt, weet hij dat hij ook wordt beloond, door een Lotus koekje van míjn eigen deeg. Verzadigd van zoveel zoetigheid en zalige liefde hangen we daarna aan elkaars lippen, onze armen en benen als tentakels om elkaar heen geslagen en vastgezogen. Onze lichamen zijn voor eeuwig verstrengeld in elkaar, als met duizend onzichtbare kettingen onlosmakelijk verbonden tot het einde van onze dagen, ik aan hem en hij aan mij. Tot ze ons ooit zullen terugvinden, vel over been, uitgehongerd, maar verzadigd van echte, intense liefde.
Mijn telefoon vibreert en laat onze liefdesbubbel onvermijdelijk uiteenspatten. We landen in die andere tien minuten en drieëntwintig uren van de dag, zonder elkaar.
Morgen is er gelukkig weer een nieuwe middagpauze met vijftig gestolen en passionele minuten, in ons heetst van de dag.