Op teenslippers naar Spinalonga
♪ Don't Worry Be Happy – Bobby McFerrin
Zijn nagel hing er nog net aan. De nagel van de kleinste teen van onze jongste.
We waren met ons gezin op vakantie op Kreta tijdens de zomer van 2018 en hadden een excursie geboekt naar het eiland Spinalonga. Dat eiland heeft een bewogen verleden en deed tot 1957 dienst als leprakolonie.
Onze zoon wilde, ook die dag, per se zijn teenslippers dragen. Ik vond dat geen goed idee, maar ik was dan ook de enige met échte sandalen aan. Ik besloot de dingen eens los te laten, op sterk aandringen van mijn andere, teenslipperende gezinsleden.
We waren bijna rond op het bloedhete Spinalonga en zochten ten slotte nog even de koelte van een ingetogen kerkje op. Bij het buitenkomen overviel de zoon ons met zijn bloederig probleem. Hij had zijn teen gestoten tegen een van de talrijke stenen rondom de kerk.
De verpleger van dienst in de geïmproviseerde hulppost op het eiland keek, wikte en woog en paste uiteindelijk voor het hele zootje. Was hij wel een verpleger of moest hij enkel de EHBO-post bemannen? Hij overhandigde wel verbanden en pleisters en mijn man bukte zich dan maar om de bengelende nagel terug met de teen te herenigen. Na afloop zagen ze er allebei maar bleekjes uit, vader en zoon, ondanks de 40 graden hitte.
We klauterden met ons vieren terug aan boord, lang voor de rest van de groep eraan kwam. Onze pret leek ook bij het kerkje te zijn gesneuveld.
Mijn man kon wel een cola gebruiken, hij had een appelflauwte, zo fluisterde hij. Ik bestelde een Griekse cola aan de bar van de boot, maar vanuit mijn rechterooghoek zag ik hem al wankelen op zijn stoel. Ik liet de cola staan, stormde op hem af en kon net voorkomen dat hij niet vol tegen de grond ging, maar zachtjes, en schuimbekkend.
Mijn kinderen stonden erbij en keken ernaar. Mijn zoon met zijn ingepakte teen, mijn dochter in paniek toen ik haar vroeg me te helpen om papa’s benen in de lucht te tillen. Ik werd op slag ieders reddingsboei op die boot. Gelukkig schoot een vrouwelijke Duitstalige gids mij kordaat en met ijs te hulp. Ik hoefde mijn harige Duits niet eens boven te halen, het hele tafereel sprak voor zich.
De dagexcursie was pas halverwege, maar voor ons al helemaal geconsumeerd. De geplande BBQ op een ander onbewoond en idyllischer eilandje lieten we aan ons voorbijgaan. Onze twee mannen lagen uitgeteld, elk op een bank van de toeristenboot. Mijn dochter besloot ter plekke toch geen geneeskunde te studeren het daaropvolgende academiejaar. Blijkbaar kon ze toch niet zo goed tegen bloed en al helemaal niet tegen een stuiptrekkende vader.
Na een eindeloze namiddag bereikten we ons hotel, waar ze ons afraadden om uren aan te schuiven op spoed op zaterdagavond. Ze stuurden de dokter van wacht naar onze kamer.
Dokter Papadopoulos kwam, zag en haalde een gigantische spuit uit zijn tas. Mijn aangeboden hand – voor als het pijn zou doen – werd bijna tot moes geknepen, en de nagel nadien vakkundig verwijderd. Of hij nu ook lepra kon krijgen? Dokter Papadopoulos grinnikte.
‘No swimming,’ antwoordde hij streng onze veertienjarige zoon, op dag vijf van onze zomervakantie op Kreta.
En voor degenen die nu denken dat die slippers daar ter plaatse in zee werden gegooid of ritueel afgeslacht, ik moet jullie ontgoochelen.
Gisteren vertrok onze zoon, ondertussen tweeëntwintig, naar Portugal. Met zijn vriendin en zijn slippers. Weliswaar een ander model en van veel steviger makelij, want een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen. Toch?
25 juni 2026