Van Sorrento tot Cilento: een odyssee
♪ Con Te Partirò - Andrea Bocelli
Na de reclamestunt voor mijn nieuwe website, terug een kortverhaal. Een reisverhaal. Eentje uit de oude doos, omdat velen dat graag lezen. Ook wel een reis die wat anders verliep dan gepland. Perfectie is immers niet van deze wereld, op deze (zelfgemaakte!) foto na ;-)
Een goede tien jaar geleden maakten we een rondreis in Zuid-Italië. De Golf van Napels en de Amalfitaanse kust schenen prachtig te zijn, maar ook prijzig. Voor het eerst deed ik beroep op een online Nederlands reisagentschap. Op aanraden van een vriendin: ze zijn even goed en veel goedkoper. Ik waagde mijn kans en zou deze keer niet alles zelf moeten uitvlooien voor mijn gezin, dat liefst niet langer dan een week op hetzelfde adres logeert. We kregen een prachtig reisvoorstel voor veertien dagen op vier idyllische plekjes, én betaalbaar.
Napels werd overgeslagen wegens te gevaarlijk. Na landing reden we onmiddellijk door richting Sorrento. Onze B&B bleek niet bereikbaar met onze huurwagen, ondanks het modeste model. Ze kwamen ons halen met een minibus, zo’n typisch busje dat verhoudingsgewijs te hoog is in vergelijking met zijn lengte en breedte. Na een steile rit met ingeklapte spiegels door de nauwste straatjes, en onze bagage los in een rek op het dak, bereikten we de top van de heuvel en kregen een prachtige gezinskamer toegewezen. Dat kon tellen als start van onze fantastische rondreis. Almosttoo good to be true. En dat was het ook. Een kwartier later werden we – scusi scusi – naareen andere kamer begeleid. ‘De badkamer is een grot!’ riepen de kinderen, en het rook er ook zo. Iedere nacht liep een kolonie mieren in eenzelfde looplijn langs het bed van onze jongste. De kamer werd ruimschoots gecompenseerd door het prachtige zicht op de Golf van Napels en de Vesuvius, en door een overheerlijk ontbijt, in onze herinnering het beste dat we ooit hebben geproefd.
We bezochten het mooie maar drukke Capri, en kregen zo het lumineuze idee om ‘s anderendaags zelf een bootje te huren, zonder vaarbewijs. De zee was wat woeliger die dag, we kregen motorpech en net toen we dachten bijna te pletter te slaan tegen de Amalfitaanse rotsen, kregen we hulp van een bootje Italiaanse jongelui. Ze doken, haalden een net uit onze schroef en visten tegelijk een zeeëgel op. Ze kwamen net op tijd, mijn dochter en ik waren bijna overboord gesprongen.
We opteerden daarna voor veiliger activiteiten aan land: we ploeterden door de as tot aan de krater van de Vesuvius en bezochten tenslotte het wereldberoemde Pompeï, op het heetst van de dag. De gids die zich spontaan aanbood, een dubbelganger van George Clooney, bleek achteraf niet echt officieel, maar hij heeft ons wel de meest sappige anekdotes over die tijd verteld. Of op de mouw gespeld. Vooral over wat er zich in de badhuizen en bordelen van Pompeï had afgespeeld, bleek Clooney heel goed op de hoogte. Alsof hij het zelf allemaal had meegemaakt.
Na vier nachten verkasten we naar Positano. Nabij Positano om precies te zijn. Te voet was het centrum vlot bereikbaar, als je graag je leven riskeerde. Ook daar wachtte ons, volgens de ondertekende reisdocumenten, een prachtige kamer op. Het hotel bleek doormidden gekliefd door die enkele befaamde kustweg. Onze kamers lagen tegen de grijze bergwand aan de weg, niet tegen de bergwand met zicht op de glinsterende, turquoise zee. Die zee lag zo’n honderdvijftig treden, of waren het er tweehonderd, verder naar beneden. Kon tellen als workout met onze twee waterratten.
Na vertrek richting Ravello bleek de zoon zijn horloge vergeten en konden we rechtsomkeer maken op de AmalfiDrive, een avontuur op zich. De hoteluitbater gaf hem zijn horloge terug, samen met een goedbedoelde draai om zijn oren. Maar in mijn zoons herinnering heeft die Italiaan hem écht geslagen, hij is er nog van aan het bekomen.
De volgende halte was Salerno, niet echt een stop waard, achteraf gezien, wat de weinige toeristen verklaarde. De agriturismo, gelegen op een berg met prachtige vergezichten, konden we maar niet vinden. Na een paar telefoontjes bereikten we dan toch de goed verborgen parel. Bij het uitstappen werd onze dochter meteen door een wesp gestoken, met een allergische reactie als gevolg. Het huisje bleek net geen Spartaanse bunker, en het eten was allesbehalve de Italiaanse keuken van La mamma. Later die avond bleek dat een Hollands koppel de keet had gekocht en zij serveerden ons gehaktballen op Mama Miracoli’s wijze, wat ons een hele avond de slappe lach en een paar boze blikken opleverde. De volgende avonden gingen we liever in Salerno zelf tussen de locals eten, en botsen bij terugkeer bijna tegen een paard aan, dat ineens vanachter een scherpe bocht recht voor onze auto opdook. Een wit paard dat elke avond op een andere plek stond. Het werd de attractie voor de komende avonden: ‘Waar staat het paard?’
Ook het laatste onderkomen moest niet onderdoen voor de vorige drie. Ondertussen hadden we de Cilento-kust bereikt. We sloten onze reis in stijl af in een bloedhete duplexkamer van een historisch en deels gerenoveerd palazzo, met drie dagen pittoresk dorpsfeest net onder ons gesloten venster. We konden maar beter mee feesten dan proberen slapen. Na twee nachten met veel te weinig slaap, zag ik er zo slecht uit dat de hoteleigenaar mij voor de laatste nacht spontaan de private logeerkamer van zijn mamma aanbood, weg van het feestgedruis, aan de binnenzijde van zijn paleis.
Hadden we na afloop deelgenomen aan een wedstrijd ‘in de aap gelogeerd’, dan hadden we deze met verve gewonnen. Maar het is ook de reis waar we zoveel beleefd en gelachen hebben, en nog, en banden hebben gesmeed door de opeenstapeling van verrassende en onverwachte gebeurtenissen. Als teambuilding voor gezinnen kon dit zeker tellen. Hadden die Hollanders ons die reis zo verkocht, waren we ongetwijfeld bereid er zelfs meer voor te betalen.